Sint-Dominicushuis
Sparrendreef 91
8300 Knokke-Heist

16de zondag van het jaar (A)

Ignace d'Hert
Zondag 19 juli

De laatste weken gaat het in het evangelie telkens weer over een of andere boer die zijn veld bezaait, en wat hij allemaal tegen komt. Vandaag klinkt het zelfs een beetje link: er is sprake van een vijand die probeert de oogst om zeep te helpen. Maar, en toch merkwaardig : de boer luistert helemaal niet naar de wijze raad die ervaren mensen hem in het oor fluisteren: doe daar toch iets aan, grijp in.  Neen, niets daarvan. 

Blijkbaar hebben al die boerenfiguren in de parabels van Jezus iets gelijkaardigs.  Ze lijken nauwelijks geïnteresseerd in de opbrengst van hun werk. Ze gaan  ook niet erg professioneel te werk. Geen voorbereidend bodemonderzoek, geen controle van de kwaliteit van het zaaigoed, geen marktonderzoek. Niets van de voor de hand liggende zaken die de opbrengst kunnen optimaliseren.  We zien een boer die alleen maar plezier lijkt te vinden in het zaaien zelf. Hij gelooft dat het goed komt, hoe dan ook. Het zaaien zelf is zijn grote vreugde.

Misschien benijd je die boer wel die zo onbevangen, ongecompliceerd zijn gang gaat. Geen sombere gedachten over alles wat fout kan gaan. Geen zorgen over problemen die misschien nooit zullen komen. Hij maakt zich niet eens boos over die vijand die zijn werk naar de duivel wel helpen. Van die man zegt Jezus: zo is  het rijk der hemelen. Zoals die man leeft. Die houding geeft ons leven een goede smaak. Inderdaad. Ons leven loopt maar lekker wanneer het niet steunt op controle maar op vertrouwen. Dat ervaren we toch ten overvloede. Er is maar echt leven wanneer er vertrouwen is. Vertrouwen van kinderen in hun ouders en vice versa, van geliefden in elkaar, van vrienden en collega’s onderling. We zien ook wat er gebeurt wanneer het vertrouwen wordt aangetast. We gaan elkaar mijden, we nemen afstand van elkaar, gaan elk onze eigen weg.

Het geldt ook in de brede samenleving. Wanneer we gaan twijfelen aan de eerlijke bedoelingen van beleidslieden of artsen of mensen die verantwoordelijkheid dragen, dan wordt het weefsel zelf van de samenleving aangetast. Wanneer wantrouwen en achterdocht het heft overnemen verdwijnt alle levenslust en alle vreugde. We zouden geen stap meer uit de deur durven zetten. We merken het in het gewone dagelijks leven. We moeten er kunnen op vertrouwen dat iedereen zich houdt aan de verkeersregels. Je moet kunnen vertrouwen op de deskundigheid en eerlijkheid van wetenschapsmensen.

We zijn natuurlijk niet blind voor het feit dat juist dit basisvertrouwen onder druk kan geraken. Dat we evolueren naar een samenleving waarin we zoveel mogelijk zelf willen regelen en in handen houden. Dat de cultuur van de argwaan de overhand dreigt te krijgen.

Gelukkig leven we in ons dagelijkse doen en laten spontaan toch van goed vertrouwen. Eigenlijk zijn alle belangrijke beslissingen in ons leven getekend door vertrouwen. Mensen krijgen kinderen al weten ze niet wat de dag van morgen brengt. Maar ze doen dat in goed vertrouwen. Ondanks de wereld rondom ons met zoveel gevaren. Maar ze wagen het. Vertrouwen behoort tot de grondstructuur van ons mens zijn. Juist in intieme relaties steunen we op een vertrouwen dat absoluut is. Onvoorwaardelijk. Dat is wat kinderen nodig hebben, het is wat geliefden voor elkaar willen betekenen. Het is de grond waar we op staan.

Er is een tweede zaak die opvalt in onze parabel. Er is sprake van een vijand die de boer een loer wil draaien. En opnieuw verrast het ons als luisteraar: het lijkt onze boer niet te deren. Wellicht mogen we in die vijand een symbool zien voor alle tegenkantingen die mensen tegenkomen en hoe ze daar mee omgaan. Zo te zien aanvaardt de boer “zijn vijand” als behorend bij het leven.

Dit gaat zo mogelijk nog scherper in tegen onze mentaliteit. Wij willen ons beschermen omdat we resultaat willen zien van onze inspanningen. Als boer zou de opbrengst van de arbeid toch voorop moeten staan. Heel ons wereldbeeld is juist daarop gebouwd. Hoeveel groei kunnen we realiseren, hoeveel winst kunnen we boeken. Hetzij materieel, financieel, beroepsmatig. Wij wegen kosten en baten tegen elkaar af. Zoveel mogelijk winst tegen zo weinig mogelijk kosten. De vraag is zelden zo nijpend geweest als vandaag. Vandaag wordt er zelfs geweld gepleegd om de productie op peil te houden of op te drijven. Het valt toch op waar corona het meeste slachtoffers maakt. Het zijn de plaatsen waar mensen om den brode als gastarbeiders samenhokken in te kleine ruimtes, in ongezonde omstandigheden. Het zijn vooral de armen die de tol betalen.

De boer in de parabel is maar matig geïnteresseerd in de opbrengst van zijn arbeid. Hij weet : bij alle beperkingen die we moeten aanvaarden leven we nog steeds in een wereld van overvloed - indien we bereid zijn te delen.

 

 

© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen in Belgïe 2019
webmaster@dominicains.be