Geschiedenis

De oorspronkelijke naam van de dominicanen is 'predikbroeders'. Zusters dominicanessen heeft men ook 'predikerinnen' genoemd. Hun meest gebruikte naam, die dateert uit de late Middeleeuwen, ontlenen ze aan de stichter van hun orde, Dominicus de Guzmàn (1170-1221). In 1217 kreeg Dominicus de goedkeuring van de paus voor de stichting van een nieuwe religieuze orde: een gemeenschap van rondtrekkende predikanten, oorspronkelijk bedoeld om de Franse Katharen ('ketters') te bestrijden, niet met de wapens maar met de kracht van redelijke argumenten en door een evangelische wijze van leven. Zeer kort na de stichting zond hij vanuit Toulouse zijn eerste volgelingen twee aan twee uit naar de stedelijke centra over heel Europa: Parijs, Madrid, Rome, Bologna.

Bij de dood van Dominicus waren er reeds dominicanen in Gent, in 1230 in Leuven en drie jaar later in Brugge. Antwerpen volgde in 1244. Aan het einde van de eeuw telden de Nederlanden een twaalftal kloosters, waarvan zes binnen de grenzen van het huidige Vlaanderen.

De Gentse dominicanen hebben een beslissende invloed gehad op de ontwikkeling van de begijnenbeweging in Vlaanderen. Begijnen waren vrome vrouwen die zich vanaf het begin van de 13de eeuw in gemeenschappen (begijnhoven) met een eigen regel verenigden zonder blijvende geloften af te leggen. Dominicanen stonden in voor hun geestelijke begeleiding, in Gent tot ver in de 20ste eeuw. In het Leuvense klooster werd in 1447 een studium generale opgericht: een studiehuis dat ook voor jonge dominicanen uit andere provincies toegankelijk was. Vaak rondden ze hun studie af met het behalen van een academische graad. Ook Antwerpen had in zijn grootste bloeitijd (17de eeuw) zo'n studium generale dat veel studenten van elders aantrok.

Ook Vlaamse dominicanen hebben zich bijzonder ijverig getoond in de verdediging van de katholieke rechtgelovigheid tegen de lutherse en calvinistische hervormers. De rol die sommigen onder hen als pauselijke en keizerlijke inquisiteur (Karel V) gespeeld hebben behoort niet tot de mooiste hoofdstukken uit de dominicaanse geschiedenis in onze streken. Verwonderlijk is daarom niet dat vooral ook kerken en kloosters van dominicanen zwaar getroffen werden door de razernij van de calvinistische beeldenstorm.

Met de Contrareformatie werd een nieuwe bloeiperiode ingeluid. Antwerpen spande toen de kroon. Van de rijkdom en welvaart van de stad getuigt ook de in volle glorie herstelde dominicaanse St.-Pauluskerk. Onder de Franse bezetting werden in 1796 de paters verbannen. In Brussel is het dominicanenklooster tijdens het beruchte bombardement op bevel van de Franse koning Lodewijk XIV in 1695 volledig afgebrand. Vijf jaar later was helemaal herbouwd en groeide de gemeenschap in de loop der jaren tot 50 leden. Zoals in Antwerpen zijn ze door de Franse bezetter uit hun klooster verdreven. Het hele complex werd openbaar verkocht en de nieuwe eigenaar heeft het grotendeels afgebroken. Nu staat op die plaats de Muntschouwburg.

Een zelfde lot ondergingen na de Franse Revolutie de dominicaanse kloostergemeenschappen overal elders. De orde is toen uit bijna geheel Europa verdwenen. Maar in de tweede helft van de 19de eeuw heeft ze zich tamelijk vlug kunnen herstellen. Men moest wel praktisch van de grond af opnieuw beginnen. In Vlaanderen ging het initiatief uit van Gent. Daar is in 1835 opnieuw, op een andere locatie, een klooster gesticht. In 1861 is de Belgische St.-Rosaprovincie herboren. In 1958 werd ze gesplitst in een Vlaamse en een Waalse provincie.

Vanaf 1912 nam de provincie een eigen missiegebied in (Belgisch) Congo voor haar rekening. Tot 1980 zijn daar in totaal 157 missionarissen werkzaam geweest. Hun vroeger missiegebied is thans het bisdom Isiro-Niangara. Bij de Congolese dominicanen werkt op dit ogenblik nog één Vlaamse pater. In Peru zijn enkele Vlaamse missionarissen werkzaam sinds eind de jaren zestig.


 De Vlaamse dominicanen lagen aan de basis van het huidige weekblad Kerk en leven. Jarenlang hebben zij de leiding en de uitgave ervan in handen gehad. Enkele dominicanen hadden ook een beslissende hand in het ontstaan en de vroege ontwikkeling van de christelijke arbeidersbeweging in Vlaanderen. Overigens hebben de eerste dominicanen die aan de K.U. Leuven doceerden zich gespecialiseerd in de kerkelijke sociale leer. Andere dominicanen speelden in de tussenoorlogse jaren een voorname rol in de Vlaamse Beweging.

In de tussenoorlogse periode zijn dominicanen zich in het bijzonder gaan toeleggen op wat zij toen 'geloofsverdediging' noemden. 'Geloofsverdediging' was mede het opzet van het tijdschrift Geloof en wetenschap, in 1926 gegroeid uit het oudere Onze jeugd, dat zich presenteerde als 'tijdschrift voor ontwikkelde jonge Vlamingen'. Vier jaar later ging het veel breder opgezette maandblad Kultuurleven van start en kort voor de oorlog begonnen de professoren van het dominicaanse studiehuis te Leuven het Tijdschrift voor Filosofie. Alleen de twee laatstgenoemde tijdschriften overleefden de oorlog. Later is uit Kultuurleven het jongerentijdschrift Jeugd en cultuur gegroeid. Onmiddellijk na de oorlog hielden de dominicanen hun Tijdschrift voor geestelijk leven boven de doopvont. Sinds enkele jaren maakt het nu naam als 'tijdschrift voor een verankerde spiritualiteit'.

Maar het voornaamste instrument van de dominicanen in hun predikerswerk bleef uiteraard het gesproken woord. Ze werden o.m. dikwijls gevraagd voor de reeks vastenpredikaties in parochiekerken. Jarenlang was er ook een wisselende ploeg van predikanten voor de zgn. volksmissies die geruime tijd in kerkelijk Vlaanderen fel in trek zijn geweest. Hun jongste initiatief is de 'elektronische predikatie'. Een groep dominicanen publiceert elke week minstens één preek op een eigen website op het internet. Dit zien ze als een eigentijdse voortzetting van hun oude traditie van 'rondtrekkende predikers'.

In tegenstelling met de meeste andere religieuze orden en congregaties in Vlaanderen hebben de dominicanen nooit een eigen school of instituut voor secundair onderwijs gehad. Voor de rekrutering van kandidaten voor de orde (novicen) rekenden ze op de bekendheid van hun predikanten en hun tijdschriften en ook op hun godsdienstleraren in scholen van het rijksonderwijs. In Gent hebben ze de studentenpastoraal aan de rijksuniversiteit uitgebouwd: het Katholiek Universitair Centrum.

Ook de dominicanen zijn niet ontsnapt aan de sterke neergaande beweging van het kloosterleven in Vlaanderen en de West-Europese kerk. Hun aantal is beduidend afgenomen en de vergrijzing eist haar tol op. Verschillende kloosters werden opgeheven. Op dit ogenblik telt de provincie nog negen huizen. Men zoekt naar vormen van samenwerking over de grenzen, in de eerste plaats met Nederland. In Brussel is onlangs, met participatie van twee Vlamingen, een internationale gemeenschap gesticht die, onder de leiding van een Vlaming, door leven en werk wil inspelen op de multiculturele en ethische uitdagingen waarvoor Europa zich gesteld ziet.

 

Blijf op de hoogte !

Blijf op de hoogte en meld u aan voor onze nieuwbrief !

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

Neem contact met ons op

Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties ? Wij doen ons best om u verder te helpen.

Merci d'indiquer à nouveau votre nom
Merci d'indiquer votre email Votre email n'est pas valide
Merci d'écrire un message