13e zondag door het jaar C

Auteur: Bernard de Cock
Datum: 26-06-2022
Liturgische tijd: Door het jaar
Liturgische jaar: C
Jaar: 2021-2022
Lezingen: 1 Kon.19, 16b.19-21 | Gal.5, 1.13-18 | Lc.9, 51-62

 

Wie goed geluisterd heeft naar het evangelie, moet nu toch ofwel in de war zijn, ofwel heel kwaad. Want een aantal zaken die men daar te slikken krijgt, zijn immers voor de meeste mensen ofwel onbegrijpelijk, ofwel verwerpelijk. Als je mij wilt volgen, zegt Jezus, moet je jouw vaste stek opgeven, mag je zelfs je vader niet begraven, en je mag zeker geen afscheid nemen van je familie of je gezin. Is het werkelijk Jezus die hier aan het woord is? Dat klopt toch niet met zijn boodschap van liefde, denken we dan spontaan. Dergelijke reacties zijn zeker te begrijpen. Ik ga de harde eisen van Jezus niet afzwakken – wie ben ik, om dat te doen? Maar tegelijk wil ik jullie erop wijzen dat Jezus hier spreekt op de manier waarop men in het oude Oosten iets duidelijk wilde maken. Namelijk met veel beelden en vooral met veel overdrijving.

Soms doen wij dat ook. Ik geef een voorbeeld. Ik hoorde iemand onlangs heftig tekeergaan. Hij riep uit: “Ik val nog liever dood dan dat ik de eerste stap zet om het weer goed te maken met hem”. Als ik met een uitgestreken gezicht zou geantwoord hebben: ge wilt die eerste stap niet zetten, dus val nu maar dood, dan zou die persoon mij verbouwereerd hebben aangekeken: ja maar, ik bedoel… ik ben het beu om degene te zijn die altijd de eerste stap moet zetten. Hij gebruikt dus de overdrijving van het liever doodvallen om zijn punt te maken. Niemand zal daarom zeggen dat die man letterlijk graag zou doodvallen.

Welnu, Jezus gebruikt hier ook enkele overdrijvingen om zijn punt te maken, om duidelijk te tonen wat hij van zijn leerlingen verlangt, wat hij van ons wil. Kijk, een plek hebben om te wonen met je geliefde, om daar samen kinderen te krijgen en in liefde groot te brengen, is een grote waarde in een mens zijn leven. Het begraven van de doden en het eren van je vader en moeder zijn in zovele culturen en beschavingen twee van de allerhoogste plichten. Zeker ook in de joodse cultuur. Jezus zegt hier zeker niet dat je die plichten en waarden zomaar moet laten vallen als je hem wilt volgen. Dat was de onmenselijke interpretatie vroeger in bepaalde ordes en congregaties. Tante nonneke of nonkel pater moesten radicaal breken met hun familie (behalve voor de erfenis!), ze mochten zelfs niet naar de begrafenis van hun vader of moeder gaan… want ze hadden toch gekozen voor wat daarboven stond – zoals in het evangelie te lezen is. Neen, niet zo bij Jezus. Hij acht de algemeen menselijke en hoogstaande werkelijkheden van de eigen plek, het begraven van de doden en het eren van de ouders, zo hoog dat hij ze gebruikt om aan te tonen dat het Rijk van God nóg hoger is. Hij zegt niet of-of, maar én-én daarbovenop.

Eigenlijk komen we Jezus’ bedoeling het best op het spoor als we de eerste lezing erbij nemen. Wanneer Elia zijn profetenmantel naar Elisa werpt, wordt deze zich bewust van zijn roeping tot profeet. Maar hij zegt tot Elia: “Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en moeder; dan zal ik u volgen”. Elia antwoordt: “Ga maar weer terug, heb ik je soms tot iets verplicht”. Je mag dat gerust interpreteren als: Ga eerst doen wat je moet doen, en kom dan terug; ik verplicht je niet om zomaar botweg je ouders te negeren bij je beslissing. En inderdaad, Elisa gaat afscheid nemen van zijn ouders en van het personeel bij hem thuis. Hij doet dat met een ritueel, een speciale maaltijd voor en met hen. Het is alsof Elisa zegt: ik begrijp wat er van mij gevraagd wordt: mijn profetenroeping is een nieuw leven. Ik wil die roeping volgen. Daarom moet ik met dit afscheid en deze maaltijd mijn oud leven afsluiten en een nieuwe levensfase beginnen.

Wat bedoelt Jezus als hij zegt: “Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods”? Hij drukt ons hiermee op het hart dat we zorgvuldig, dat betekent vruchtbaar moeten omgaan met ons verleden. Soms komen mensen niet los van hun verleden, heel hun toekomst wordt bepaald door dat ongezond blijven vasthangen aan dat verleden. ‘Vroeger was het toch zo goed, het zal nooit meer zo worden’. Of ze blijven de keuzes die ze gemaakt hebben voortdurend in vraag stellen. ‘Had ik niet beter dit? Of dat?’. Daarmee blijven ze vastzitten in gemiste kansen. Ze gaan niet volop voor hun keuze. Het verleden maakt hen onvrij. Maar je kan ook zeggen: het verleden is nu eenmaal voorbij, het had zijn enorme waarde voor mij, het heeft me gemaakt tot wie ik ben, en ik zal het erg missen, maar er is een weg die doorgaat. Ik ben geroepen die weg te gaan. Dat is pas een gezonde, vruchtbare manier van omgaan met je verleden. Vooral als je rouwt bij het afscheid van een geliefde is zo’n manier van omgaan met het verleden van levensbelang, wil je niet volledig wegzakken in verstarring. Het is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Jezus was op weg naar Jeruzalem. Hij keek niet achterom, maar wilde zijn roeping tot het einde toe consequent beleven. Mag ik u allen en mezelf aansporen om hem daarin te volgen, elk op zijn of haar eigen plek. Amen.

Preek van de week

Inschrijving

Indien u iedere week een voorstel van preektekst van een dominicaan of een lekendominicaan wilt ontvangen, vragen wij u om uw inschrijving te bevestigen door te klikken op de link. Wij danken u bij voorbaat voor uw interesse in ons initiatief.

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

Onze preken

  • 1
  • 2